Vanessa zat zonder het te weten al jaren op haar tandvlees

“Mijn lichaam smeekte om rust, maar ik bleef gaan”

Een burn-out krijg je niet van de ene dag op de andere. Dat heeft Vanessa nu begrepen. Logisch ook, als je weet dat burn-out het resultaat is van een samenspel van factoren die elkaar voortdurend beïnvloeden: “Burn-out wordt altijd gerelateerd aan werk, maar bij mij heeft mijn thuissituatie even hard meegespeeld.”

Burn-out is voor jou een combinatie van werk en privé, leg eens uit?

“Inderdaad, dat lijkt me niet meer dan logisch. We zijn mensen, geen robots. Werk en privé strikt gescheiden houden, lijkt me onhaalbaar. En als het dan minder vlot loopt op een gebied, kan dat het ander beïnvloeden en vice versa. Bij mij was dat het geval: ik was moeder van twee jonge kinderen en was in mijn huishouden even perfectionistisch als in mijn werk. Ik heb een hele lieve man, daar niet van, maar ik voelde dat ik altijd diegene was die moest nadenken over oplossingen om het huishouden draaiende te houden. Wat gaan we eten? Hebben de kinderen al opvang? Dat soort zaken. Op den duur wordt dat in combinatie met het werk te veel. Mensen linken een burn-out altijd aan de werkomgeving, maar dat klopt naar mijn gevoel dus niet.”

Waaraan merkte je dat je opgebrand was?

“Achteraf gezien is mijn burn-outproces zeven jaar geleden al begonnen. Dat begon met de typische klachten: vermoeidheid, het gevoel dat je niet vooruit raakt, en heel typisch: het constante klagen. Maar ik stak die gevoelens weg onder het mom van ‘niet flauw doen, we gaan er gewoon voor.’ Zo ben ik opgevoed.”

“Gaandeweg werden mijn klachten erger: ik voelde mij op momenten plots onwel, kreeg suikerspiegeldalingen, enz. Opnieuw bleef ik doorgaan: een cola drinken en vooruit. En zo raak je in een vicieuze cirkel. Uiteindelijk ben ik op een gegeven moment wel drie weken thuis geweest. Maar daarna ben ik gewoon weer begonnen zoals tevoren. Ik zag er nog oké uit, dus mensen dachten dat ik me ook effectief goed voelde. Maar dat was dus niet zo. Uiteindelijk liep ik voortdurend slecht gezind rond en staken de klachten weer de kop op.”

“Op een gegeven moment ben ik van werk veranderd. In mijn nieuwe job had ik opnieuw bakken energie. Helaas had dat een ongunstig effect: ik wou me bewijzen en ging in overdrive. Ik zat dus opnieuw in de mallemolen. Op een ochtend is het dan toch ontaard. Ik was bijna flauwgevallen op weg naar het werk en durfde ’s avonds mijn auto niet meer in. De dag nadien ben ik naar de dokter gegaan. Die zei meteen dat ik in een burn-out zat en dat ik dringend rust moest nemen. Tot op dat moment had ik geen idee dat ik opgebrand was.”

Hoe reageerde je toen de dokter de diagnose van burn-out stelde?

“Ik dacht: oké, drie weken thuis en dan kunnen we er weer tegen. Maar weken werden uiteindelijk maanden. Ik heb heel lang in de ontkenningsfase gezeten. Dat maakte het natuurlijk enkel erger. Ik voelde me schuldig, een aansteller. Mijn lichaam smeekte om rust, maar ik wilde zo snel mogelijk aan de slag.”

“Na een aantal maanden ben ik begonnen met opnieuw één dag in de week te gaan werken. Zo heb ik dan de werklast gaandeweg opgebouwd, maar dat ging eigenlijk veel te snel. Ik ben nu ongeveer drie jaar geleden weer beginnen werken en ik ben er nog steeds niet helemaal door. Andere mensen zien dat op den duur niet meer. Ze laten het los. Ook thuis voel ik dat.”

Heb je buiten je arts nog hulp gekregen van andere mensen?

“Tijdens een burn-out zijn je lichaam en geest volledig ontkoppeld van elkaar. Dan is het zaak om die terug samen te brengen, in harmonie. Zoiets kan je niet alleen. Ik ben onder andere naar de acupuncturist geweest. Die heeft me geholpen om emotionele blokkades op te heffen. Daarnaast ben ik een tijdje bij een klassieke homeopaat langs geweest.”

“Wat volgens mij heel belangrijk is: een luisterend oor, iemand waarmee je vrijuit kan praten. Ik had daarvoor echt iemand professioneel nodig. Je entourage luistert wel, maar die kunnen nooit volledig begrijpen wat je ervaart, als ze nog niet in dezelfde situatie hebben gezeten. Ik ben dus een coach gaan opzoeken. Dat was het begin van een introspectief proces: je kan de schuld voor je burn-out bij anderen leggen, maar jij bent diegene die grenzen moet stellen. Het gaat over hoe jij met de situatie omgaat. Je moet nee leren zeggen zonder schuldgevoel, dingen leren accepteren, je emoties leren plaatsen, je behoeftes in kaart brengen, enzovoort.”

Wat heb je geleerd uit je ervaring?

“Hoofdzakelijk twee dingen: wees geduldig ten opzichte van jezelf en zorg voor jezelf.”

Zijn er nog tips die je wil meegeven?

“Maak voldoende tijd vrij voor jezelf: iedereen heeft op tijd en stond een oplaadmoment nodig. Maak de afweging tussen dingen die je energie vreten en dingen die je energie geven. Is die eerste categorie overvloedig aanwezig? Dan ga je richting burn-out. Door zo’n afweging te maken, dwing je jezelf om je behoeftes te benoemen en daar je tijd voor te nemen. Laten we zeggen dat 70% energiegevers tegenover 30% energievreters een juist evenwicht is.”

“Wees niet bang om je kwetsbaar op te stellen. Kom ervoor uit als het eens een dag minder goed gaat. Je zal zien dat de meeste mensen daar begrip voor kunnen opbrengen. Leer tot slot vaker ‘nee’ zeggen. Dat hoeft trouwens niet op een eenzijdige manier. Je kan perfect verantwoordelijkheden van je afschuiven in overleg. Natuurlijk zal het niet altijd lopen zoals jij het wil. Dat moet je leren te accepteren.”

*Vanessa is een fictieve naam.