Hans Maertens van VOKA openhartig over zijn moeilijke periode

“Ik ben niet gecrasht, maar heb in de grindbak gezeten”

Of hij echt een burn-out heeft gehad, weet Hans Maertens (gedelegeerd bestuurder van VOKA) niet zeker. Dat doet er uiteindelijk niet zoveel toe. Achteraf bekijkt Hans het verrassend helder: “Ik zie het als een gradueel proces. Op een schaal van 0 tot 10 heb ik op 4 of 5 gezeten. Gelukkig heb ik mijn kar op tijd gekeerd.”

Een 4 of 5 op een schaal van 0 tot 10. Kan je dat verduidelijken?

“Ik denk dat ik wel degelijk met een burn-out geflirt heb, maar zeker zal ik waarschijnlijk nooit zijn. Vorig jaar heb ik in ieder geval drie weken thuis gezeten. Voor mij is burn-out niet iets dat je hebt of niet hebt. Er is uiteraard wel een grens – als je daarover gaat, ben je zonder twijfel opgebrand. Maar volgens mij is er ook een voortraject, en daar ben ik zeker mee in aanraking gekomen. Laat het ons zo stellen: net zoals in Formule 1 ben ik uit de bocht gevlogen. Ik ben niet gecrasht, maar ben wel in de grindbak beland.”

Wanneer kwam het besef dat er iets mis was?

“Gaandeweg steken allerlei symptomen de kop op. Het begint met een algemeen gevoel van onbehagen. Je zit niet goed in je vel. Iedereen heeft dat uiteraard weleens, maar het gaat verder dan dat. Je slaapt slecht en loopt oververmoeid rond. Dat leidt tot concentratieverlies. Ik klop lange, intense dagen en dan wordt dat concentratieverlies alleen maar erger. Tot slot raak je snel geïrriteerd om onbenulligheden.”

“Je omgeving stuurt eveneens signalen, het ene al duidelijker dan het andere. Het zijn enkel de onverbloemde signalen die je opmerkt. Voor subtiliteiten ben je op dat moment eigenlijk niet alert, omdat je zo vermoeid bent. Pas als iemand rechtstreeks vraagt of je niet aan het overdrijven bent, sta je even stil.”

Welke karaktertrekken hebben er volgens jou toe bijgedragen dat je het moeilijk kreeg?

“Ik ben heel gedreven en betrokken. Neem nu dit interview. Het zou eigenlijk makkelijker zijn voor mij om te zwijgen over mijn ervaringen. Maar uit gedrevenheid wil ik dat niet. Gedrevenheid kan echter uitmonden in verbetenheid als mensen binnen je omgeving niet meegaan in je enthousiasme.”

“Gedrevenheid werkt ook perfectionisme in de hand. Ik wil van nature de beste zijn en dan duld je geen fouten. Daarnaast heb je het gevoel dat je overal bij moet zijn als gedelegeerd bestuurder van VOKA – wat uiteraard niet zo is. Daar ga je dan allemaal zo ver in dat je veertje barsten begint te vertonen.”

“Ik heb me nooit geschaamd omdat ik een moeilijk moment had.”

Hoe heb je gecommuniceerd naar je omgeving dat je even rust zou nemen?

“Toen de dokter me adviseerde om twee weken thuis te blijven, hebben we daar onmiddellijk over gecommuniceerd binnen VOKA. Dat moet als je zoals ik een semipublieke functie hebt, anders roep je vragen en onzekerheden op. Dat konden we missen. Uiteindelijk ging het om een mailtje met een simpele boodschap: Hans heeft nood aan rust. Voor de medewerkers kwam dat niet als een verrassing. Ze wisten dat ik te hard aan het werken was. Ik heb me nooit geschaamd om open te communiceren over mijn ervaring. Ik had een moeilijk moment, dat mag.”

Er wordt weleens beweerd dat een burn-out het gevolg is van het niet nemen van je verantwoordelijkheid. Hoe denk jij daarover?

“Voor een stuk moet je inderdaad zelf verantwoordelijkheid nemen. Je kan wel zeggen dat een burn-out het gevolg is van je werk, van een relatie met een collega, enz. Maar uiteindelijk moet je de signalen wel bij jezelf opmerken en actie ondernemen. Daar ben ik nu veel alerter voor, ook voor signalen uit mijn omgeving.”

“Je bent zo vermoeid dat je geen oog meer hebt voor signalen uit je omgeving.”

Kan je stellen dat je als mens gegroeid bent na wat je hebt meegemaakt?

“Ik denk het. Daar heb ik wel wat hulp voor nodig gehad. Ik ben bij een coach langs geweest die mij bepaalde technieken en inzichten heeft aangereikt. Mede daardoor heb ik bepaalde zaken kunnen veranderen. Dat is positief voor mezelf en voor mijn omgeving. Daarom wil ik ook graag getuigen.”

“Het risico om weer in oude gewoontes te vervallen, blijft bestaan. Ik moet mezelf in toom houden. Maar dat lukt wel, omdat je ervaring hebt opgedaan. Je bent voor een stuk vernieuwd. Ik voel me zelfs jonger, alerter, frisser, beter. Ik heb hernieuwde werklust. En vooral: ik weet wanneer ik hard moet gaan, maar ook wanneer ik de gaspedaal kan lossen.”

“Ik weet nu wanneer ik hard moet gaan, maar ook wanneer ik gas mag terugnemen.”

“Ik maak me niet meer druk en durf nee zeggen. ’s Ochtends jaagt persoon A je op, ’s middags persoon B en ’s avonds persoon C. Terwijl al die personen later kunnen ontspannen, sta wel jij de hele dag onder spanning. Ik wrong mij in 101 bochten. En dan zeg je op een bepaald nee. Een mooi voorbeeld: ik ben onlangs op vakantie geweest en ik ben erin geslaagd geen enkel dossier mee te nemen. Daar ben ik heel tevreden over.”

“Het zit hem in de details. Nu reserveer ik bijvoorbeeld een vast tijdsslot waarin ik mijn mails behandel. Ook moeilijke mails probeer ik niet te laten liggen. Die zijn er de dag erop nog en ze blijven even moeilijk. Wat ik ook doe, is mails delen met collega’s. Ik had vroeger de neiging om alles zelf op te lossen. Nu vraag ik sneller om advies. Of ik laat een mail over aan onze office manager. Zodra je die stap hebt gezet, is de drempel de volgende keer lager.”

Zijn er nog concrete zaken veranderd in je werkattitude?

“In het algemeen gun ik mezelf meer rust. Ik waak beter over het aantal uren die ik per dag klop. Vroeger werkte ik tijdens weekends. Nu gebeurt dat soms nog, maar ik doe niet meer gewoon door zonder nadenken. Ik neem mijn weekend en werk hier en daar gepland dingen af. Dingen beter plannen geeft me sowieso meer innerlijke rust. Mijn vergaderingen bereid ik tegenwoordig goed voor. Dan kan je veel geconcentreerder overleggen en dat geeft gemoedsrust.”

“Ik streef naar een gezond evenwicht tussen werk en leven. Ik las bijvoorbeeld meer tijd in om te sporten en ik eet gezonder. Vroeger zou ik nooit een half uur lopen in de week. Nu ik dat wel doe, zit ik veel beter in mijn vel. Ik ben ondertussen al 12 kg afgevallen. In sport hoef ik gelukkig niet de beste te zijn, ik hoef niet per se 200 km te fietsen in 6 uur.”

“Tot slot probeer ik anders naar mijn collega’s te kijken. Als ik bijvoorbeeld zwaar in discussie ga, pak ik dat niet meer persoonlijk. Ik besef dat het over mijn functie op de werkvloer gaat, en over de standpunten en argumenten die daaraan gekoppeld zijn. En diegene die tegenover je zit, zit ook in een bepaalde rol.”

Heb je tot slot nog tips voor andere mensen om burn-outs te vermijden?

“Kijk genoeg in de spiegel. Sta stil bij jezelf en luister naar de signalen die je lichaam geeft. Luister ook naar de signalen van je omgeving. Sta open voor wat collega’s of vrienden je vertellen. En als je het toch te ver hebt laten komen: maak het dan bespreekbaar. Bij de HR-verantwoordelijke, bij je huisarts, bij een vriend of vriendin, bij je partner … Op dat vlak moeten we in Vlaanderen nog veel leren. Als iemand je vraagt hoe het gaat, antwoordt dan niet standaard met ‘goed’. Je kan gerust wat oprechter zijn. We moeten met z’n allen wat meer begrip hebben voor elkaar.”