“Prikkelbare reacties zijn de eerste alarmsignalen”

Na een lange en boeiende carrière in de mediawereld als Gina Lisa, is Gina Peeters vandaag burn-out coach. Eerst op de VRT voor de schermgezichten, maar nu ook als coach voor particulieren. Wij hadden een energieke babbel met haar over signalen oppikken, over zacht zijn voor elkaar, over je verantwoordelijkheid nemen en over een betere versie worden van jezelf. Gina is ‘so’ Time2Grow!

 

Wat is de sleutel tot welzijn op het werk?

Het werk moet vooral een vertrouwde omgeving zijn, waar er ruimte is om te om goed te werken en te schitteren, maar ook waar je mens kan zijn. Een plek waar je geen schrik hoeft te hebben om aan te geven dat je niet goed in je vel zit. We zijn meester om ons hoofd zot te maken met allerlei vrezen en angsten: wat gaan de mensen van mijn denken? Dat is een vraag waar we allemaal tegenaan lopen. En we gaan ze altijd negatief invullen. Terwijl dat niet nodig is, want het zijn vaak de meeste sterke mensen die hun zwakte durven tonen.

Wat zijn de belangrijkste factoren?

Het is een complexe materie, maar er komen een aantal dingen terug. Enerzijds is er zeker een professionele context: veranderingen, spanningen, onzekerheden. Er wordt veel van de mensen verwacht. Ze moeten heel snel meegroeien met digitale veranderingen en nieuwe processen. Anderzijds zal er ook vaak sociale druk zijn. Denk aan relatieproblemen of spanningen binnen het gezin. Er zijn ook mensen die met zichzelf in de knoei geraken of die geen zingeving meer hebben.

Meestal komt burn-out door een combinatie van druk op het werk en thuis, maar het kan ook alleen het werk zijn, of alleen privé. Zo heb ik iemand met klachten van burn-out, waarbij uiteindelijk bleek dat terug gaan werken de oplossing was. Omdat de thuissituatie zo traumatiserend was. We moeten het dus niet altijd in de werkcontext gaan zoeken, maar meestal is dat wel een grote factor.

Speelt zingeving – of het ontbreken daaraan – een grote rol?

Absoluut, dat merk ik overal. We willen ons zinvol voelen. Daarom ook dat veel mensen met jonge kinderen opgebrand geraken. Ze zitten constant in een rat race van kinderen klaarmaken, afzetten, op tijd op het werk geraken, boodschappen doen, koken, hobby’s, enzovoort. Dan vraag je je wel af: what’s in it for me? Je bent altijd bezig met het zorgen voor anderen. De zelfzorg staat dan op standby. Daarnaast is een belangrijke groep de veertigplussers die zich heel sterk afvragen: is dit wel wat ik wil.

Welke persoonlijke kenmerken zijn het meest burn-out gevoelig?

Ik denk dat er twee zijn die altijd terugkomen. Dus als je die combineert… Enerzijds perfectionisme: de lat altijd hoog leggen, alles perfect willen doen. Niet kunnen loslaten, niet kunnen delegeren. En dan de mensen die heel loyaal zijn. De mensen die voor hun baas leven, voor hun collega’s, voor hun kinderen, enzovoort. Dat zijn de ‘pleasers’ die geen nee durven zeggen. Die geven zoveel! Mensen die geen engagement hebben, zullen nooit een burn-out krijgen.

Dat zie ik bijvoorbeeld sterk in de creatieve sector. Programmamakers willen het allerbeste programma maken, elke keer opnieuw. Die werken tot het af is, tot dat zij het goed genoeg vinden. In de eerste fase van de carrière hebben ze energie voor tien, die zijn fier, die groeien … Maar dat houdt niemand vol. En dan hoor je: vroeger vond ik het leuk, maar nu niet meer.

Leren ‘nee’ zeggen is gemakkelijk gezegd. Maar hoe oefen je die soft skills?

Dat is natuurlijk niet gemakkelijk. Je kan tegen een perfectionist zeggen dat hij de lat niet zo hoog moet leggen, maar dat is bij hem zo ingebakken. Dan moet je werken met cognitieve oefeningen. Inzicht in een patroon geven dat zich altijd herhaalt. Dat kan via coaching. Een begeleide training. Een hobbyloper die een marathon wil lopen, zal ook een coach zoeken, die een stappenplan kan uitwerken en je daarin kan begeleiden. Je wordt niet op één twee drie assertief. Rollenspel kan. Graduele blootstelling. We zullen er eens een situatie uitnemen, waarin je nee had kunnen zeggen. Wat zijn de vijf G’s: gebeurtenis, gedachten, gedrag, gevoel en gevolgen? Zo leer je dat analyseren en zie je dat je elke keer hetzelfde doet. En de verandering ligt bij de gedachte. Je moet mensen anders leren kijken naar een situatie en niet altijd weg te glijden in de negatieve gedachte. En dat kan eigenlijk heel snel.

Je moet beginnen experimenteren en het voor jezelf registreren. Dat doet al heel veel. Je merkt dan dat je elke keer opnieuw hetzelfde doet. En wat is het gevolg? Je voelt je zeker niet beter. Je moet je een andere manier van zijn aanleren. Dat is zeker niet gemakkelijk, maar wel haalbaar. Ons brein, de harde schijf, is bij iedereen hetzelfde, maar de software is aangeleerd en kunnen we herschrijven. En dat is een groot hiaat in ons onderwijs. We hebben daar niet over geleerd. Als je mensen daar bewust van maakt, krijgen ze op een bepaald punt een aha-moment. Als dat inzicht gekomen is, kunnen ze beginnen oefenen.

Op welke signalen met je goed letten?

Als een aantal signalen zich beginnen herhalen: prikkelbaar reageren, slapeloosheid, concentratieproblemen, fysieke klachten … Dan zegt je lichaam: stop, de roofbouw begint zijn tol te eisen. Vooral de prikkelbaarheid is een barometer. Als iemand iets komt vragen of er komt een mail binnen en je bent daar meteen door geïrriteerd. Wat zal het nu weer zijn? Dat je daar niet meer normaal op kan reageren. Dat wil zeggen dat je je teveel hebt blootgesteld aan chronische stress. En ons lichaam is beresterk. Dus wij kunnen dat zolang volhouden zonder er ons bewust van te zijn.

Nog een belangrijke graadmeter is als vrienden of collega’s u daar op beginnen te wijzen. Als je iemand zegt dat ze richting een muur aan het ‘chasen’ zijn, zullen ze meestal ontkennen: ‘nee nee, ik kan dat allemaal aan’. Terwijl het helemaal geen zin heeft om dat te ontkennen. Om even die ‘zwakte’ te tonen. Dat komt door het taboe dat er toch nog altijd rondhangt. Terwijl er net zoveel verhalen zijn van mensen die na een burn-out een betere leidinggevende, betere collega, betere werknemer geworden zijn. Ze presteren beter, omdat ze met meer concentratie kunnen werken, omdat ze met meer zelfzorg in het leven staan, waardoor ze meer energie hebben.

Wat doe je best als je de signalen hoort?

Eerste stap is gaan kijken: hoe vol zit mijn batterij nog? Ik laat de mensen die ik begeleid, echt letterlijk een batterij inkleuren. Is ze leeg of valt het nog wel mee? Daar leer je al veel uit. Stap twee: wat geef je energie en wat vreet je energie? En wat kan je aan die laatste veranderen? Wat kan je loslaten? Wat kan je delegeren? Wat hoeft er niet persé te gebeuren? En dan stap drie: tijd maken om bewust te ontspannen.

In de ideale wereld slapen we acht uur, werken we acht uur en hebben we nog acht uur over om niet-werk gerelateerde dingen te doen. Durven zeggen: ik stop nu met werken. Om natuur op te zoeken, om te wandelen, om te fietsen, om yoga te doen, om meditatie-oefeningen te doen … Je moet zelf uitzoeken wat bij je past. Maar je moet wel iets doen dat je aandacht verlegt van de stresscontext, iets voor jezelf. Die verantwoordelijkheid moet je zelf nemen. Verandering begint bij jezelf en niet bij de anderen.

Overleg je best met iemand op het werk? Met wie?

Ik zou kijken: is er iemand die ik vertrouw? Een leidinggevende, een vertrouwenspersoon, een collega. De hulpvraag stellen is een heel krachtig signaal. Dat is geen zwakte. Ik heb hulp nodig en met die hulp ga ik iets doen. Hoe ziet de job eruit en wat loopt er allemaal door elkaar? We hebben 15 schermen openstaan, bij wijze van spreken. En daar moeten we er een groot deel van sluiten. Je moet afbakenen wat je wanneer doet. Tussen dat uur en dat uur ben ik geconcentreerd met die job bezig. En dan ben je onbereikbaar. Dan blijven de mails even onbeantwoord. Orde scheppen in de chaos.

De dag beginnen met een haalbare todo-lijst. Van de acht uren plan je er maar vijf of zes vol, want er komt toch altijd nog wat onvoorzien werk bij. Dat moet je aanleren: self management, time management.

Hoe merk je dat de situatie echt problematisch is en dat je iets moet gaan doen?

Als de emotionaliteit de overhand neemt. Als mensen beginnen huilen en uitspraken doen als ‘ik kan niet meer’ en ‘ik ben op’. Dan is het hoog tijd en moet je je zeker niet laten tegenhouden om daarover met je collega’s of je leidinggevende te praten. Er is nog een groot taboe, maar het begint te beteren. Omdat er meer en meer straffe medewerkers zijn die hard werkten en die nu toch durven getuigen over hun burn-out. Het overkomt alleen daadkrachtige mensen.

Wat als je denkt dat je een burn-out hebt?

In eerste instantie moet je naar een arts gaan. Die kan de diagnose stellen en je verder medisch begeleiden. Hij kan je doorsturen naar de juiste coaching. Er moet een hersteltraject uitgeschreven worden. Leren ontspannen, terug vitaliteit opbouwen. Door te rusten. Zodra er terug wat energie is, gaan kijken: hoe is dat zover gekomen? Wat zijn uw taken, uw eigenschappen, uw valkuilen. Is het een assertiviteitsprobleem? Een sensitief probleem? Dat is een zoektocht naar je manier van zijn en dan te bepalen: wie wil je zijn. In het kader van re-integratie op de werkvloer: wie ga je zijn vanaf nu? Ook zoektocht naar zingeving natuurlijk.

Ik ben ook loopbaanbegeleider. Is het de inhoud van de job? De manier waarop je ze doet? De collega’s? Hoe kunnen we dat beter maken? Soms komen daar heel veel communicatievaardigheden bij kijken. Want je moet het oplossen met de mensen op je werk. Je zit zoveel uren samen als collega’s. Dus behandel elkaar als mensen. We moeten elkaar ondersteunen, maar dan moeten we luisteren, elkaar begrijpen, tijd maken voor elkaar. Het is een heel mooi gebaar als je merkt dat een collega de pedalen verliest, dat je zegt: zullen we even praten en even kijken of we elkaar kunnen helpen? Wat is er aan de hand? Zonder te oordelen, uiteraard.

Je moet de durf hebben om inzichten te zoeken. Maar vaak hebben we daar schrik van, want we weten dat als we dingen gaan benoemen, we ook actie gaan moeten nemen. En dat kost dan energie. Dat schrikt ons af, maar als we gewoon voortdoen, zullen ons lichaam en onze geest uiteindelijk toch gaan tegenpruttelen. Je wint toch niet! Je moet iets in beweging zetten. Je moet een steen verleggen. En dat begint er vanzelf wel iets te borrelen. En dat is nodig want water dat stilstaat, begint te stinken. De meeste mensen zeggen achteraf: godzijdank dat ik een burn-out heb gehad, want ik ben nu een betere versie van mezelf.