Welzijn op het werk

Welzijn op het werk. Daar draait het uiteindelijk om, veel meer dan enkel om het vermijden van een burn-out. Want enkel als jij je goed in je vel voelt, kan je goed functioneren. Daarom is het belangrijk om er actief aan te werken. Want zorgen voor een ander, voor collega’s, voor patiënten, voor je gezin kan enkel als je ook voor jezelf zorgt. Hoe? Dat leer je voor een stuk op deze site, via de tests, de tips en de getuigenissen.

Om een goed zicht te krijgen op welke factoren allemaal je welzijn op het werk bepalen, stellen we bovenstaand model voor. Je mogelijkheid om goed en gezond te werken staat helemaal bovenaan in het huis. Alle verdiepingen daaronder en de omgeving spelen een rol. Zie het als je eigen kleine ziekenhuis, dat enkel draait als alle afdelingen goed op elkaar afgestemd zijn. De drie onderste verdiepingen zijn je individuele eigenschappen, de vierde gaat over je werkomgeving. Tijdens je werkleven moet elke verdieping voortdurend verder ontwikkeld worden.

  • 1ste verdiep: gezondheid. Een goede gezondheid, fysisch, psychologisch en sociaal, is cruciaal om te kunnen werken. Aan die gezondheid moet je dagelijks werken.
  • 2de verdiep: levenslang leren. Je kennis en skills moet je blijven updaten om mee te kunnen, om nieuwe uitdagingen aan te gaan en jezelf verder te ontplooien.
  • 3de verdiep: waarden, attitude, motivatie. Hier komen je werk- en je privéleven samen. Als je het werk zinvol vindt, zal dat je werkprestaties versterken. De zoektocht naar zingeving in je job is dus essentieel.
  • 4de verdiep: werkkader. Je leidinggevende, je opdracht, je team en je werkplek hebben een grote invloed op je welzijn. Je overste heeft de verantwoordelijkheid om je werkkader in balans te houden.

Als alle vier de verdiepingen elkaar goed ondersteunen en de verhouding met gezin, familie, vrienden en omgeving goed zit, zal je werkvermogen (het dak) optimaal zijn. Vaak verandert de vierde verdieping snel en wordt die zwaarder. Als de vierde verdieping teveel druk zet op de onderste drie, gaat het de verkeerde richting uit. Hoe beter de onderste drie ontwikkeld zijn, hoe meer draagkracht ze hebben. Doel is om alle verdiepingen voortdurend te ontwikkelen, zodat ze mooi op elkaar aansluiten. De werkgever is verantwoordelijk voor de vierde verdieping.

Burn-out: omkadering

Wat is een burn-out?

Met de term burn-out wordt heel losjes omgesprongen. Je voelt je niet goed in je vel en ook op het werk loopt het niet meer vlot. Dan moet je wel een burn-out hebben! Het is wat kort door de bocht, maar zo lijkt het soms.

Wie weet nog wat een burn-out eigenlijk is? Een doorkruising van het internet haalt verschillende definities naar boven, de ene al wat recenter dan de andere. Hier baseren we ons op de gemeenschappelijke definitie die duidelijk aangeeft wat het inhoudt: Burn-out is een syndroom van emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke bekwaamheid dat voor kan komen bij diegenen die beroepsmatig met andere mensen werken.

We geven graag wat meer uitleg:

Emotionele uitputting? Je bent uitgeblust. Je voelt je voortdurend moe, snel geïrriteerd of emotioneel en het hoeft allemaal niet meer.

Depersonalisatie? Je neemt emotioneel en verstandelijk afstand van zowel je werk als je omgeving, familie en vrienden. Misschien vind je jezelf zelfs niet langer waardevol. Je kijk op de wereld wordt erg beperkt.

Verminderde bekwaamheid? Je concentratie en geheugen werken op een laag pitje waardoor je steeds meer fouten maakt. Het is uiteraard niet dat je het niet meer kán, het lukt gewoon niet meer.

Bij mensen die beroepsmatig met andere mensen werken? Het is bekend dat mensen die regelmatig professioneel met andere mensen in contact komen, meer kans lopen op een burn-out. Patiënten, leerlingen, klanten … zijn niet altijd gemakkelijk om mee om te gaan. Bovendien wil je helpen, maar bots je vaak tegen grenzen aan (je kan helaas niet elke patiënt volledig genezen, bijvoorbeeld). Ook mensen die in een team werken of met anderen samenwerken, kunnen uitgeblust geraken (lees ook: wie kan een burn-out krijgen?).

Herken je jezelf hierin?
Check dan snel hoe het met je gaat.
Kleurt jouw dag vrolijk groen of neig je naar grijs of zwart? Ontdek het hier.

Heb ik niet gewoon stress?

Dat kan, natuurlijk. Iedereen heeft wel eens stress en dat is op zich geen probleem. Het is pas als je aanhoudend té veel stress hebt, wanneer je een zeer lange periode overbelast bent, dat je mogelijk afstevent op een burn-out.

Kortdurende stress kan je energie geven. Het kan je prestaties zelfs verbeteren. Valt de stress weg, dan recupereer je ook weer snel. Eens flink slapen kan al helpen.

Duurt de stress langer – enkele weken of zelfs maanden – dan kan je overspannen geraken. Je weerstand zwakt af, je bent vatbaarder voor ziekte, je raakt oververmoeid en je prestaties gaan erop achteruit. Je voelt je ook slecht: prikkelbaar, opgejaagd, gespannen, soms zelfs neerslachtig. Het wordt moeilijk om je te concentreren en je dreigt de controle te verliezen. Neem je hier de grootste oorzaken van de langdurige stress weg, dan kan je herstellen. Al duurt het een heel stuk langer dan bij kortdurende stress. Denk aan zeven tot tien weken tot je je weer de oude voelt.

Blijft de stress aanhouden, en dan spreken we van maanden tot jaren, dan loert een burn-out om de hoek. Je wordt langdurig blootgesteld aan overbelasting en hebt regelmatig last van spanning en emotionele uitputting. Het duurt langer om een burn-out te krijgen, maar het vraagt ook veel meer tijd om hiervan volledig te herstellen.

Of ben ik misschien depressief?

Ook dat is mogelijk. Het onderscheid tussen een burn-out en een depressie is niet altijd even duidelijk. Meestal wordt gezegd dat een burn-out staat voor een totaal gebrek aan energie. Je bent uitgeput. Bij een depressie daarentegen ontbreekt het je aan levenslust.

Maar vele symptomen zijn hetzelfde: je voelt je uitgeblust, vaak somber en lusteloos, je hebt geheugenproblemen, concentreren is lastig en ook goed slapen wordt een probleem.

Een burn-out wordt gekoppeld aan de werksituatie, hoewel je het niet los kan zien van het privéleven. Het is altijd een combinatie van werk- en privéomstandigheden. Denk aan de gezinssituatie (op til zijnde scheiding, langdurig ziek kind, moeizame verbouwingswerken, kinderen die het huis uitgaan, midlifecrisis …), hobby’s, maar ook grotere zaken als maatschappelijke druk en maatschappelijk bewustzijn.

Een depressie is algemener en staat vaak los van een of enkele omstandigheden. Het wordt veroorzaakt door een samenspel aan factoren: werk, een ingrijpende gebeurtenis als verlies, psychische en medische problemen, erfelijkheid, enzovoort.

Wie kan een burn-out krijgen?

Heel simpel: iedereen. Al is de kans bij de ene een stuk groter dan bij de andere. Welke groepen lopen het meeste risico?

Vooral mensen die professioneel in contact komen met andere mensen, hebben een verhoogde kans om een burn-out te ontwikkelen. Denk aan werknemers in de zorgsector of het onderwijs. Volgens een enquête van de Onafhankelijke Ziekenfondsen werkt 15% van de personen met een burn-out in de zorgsector, 11% als leerkracht en 8% is handelaar.

Stress, een belangrijke veroorzaker van een burn-out, komt uiteraard in alle sectoren en functies voor. Maar het aandeel medewerkers dat onder zware stress geboekt gaat ligt duidelijk hoger in het onderwijs (zie diagram hieronder uit onderzoek van Trendhuis en ESF Onderzoek).

Grafiek
Een op de vier personen in burn-out staat regelmatig of constant in contact met ‘soms moeilijke’ mensen zoals klanten, patiënten en leerlingen. 34% onder hen gaat naar een psychiater of psycholoog. Bij werknemers die daar in hun job niet mee in contact komen, zakt het aandeel naar 23%.

Sector en functie: zorg lijkt minder belastend dan onderwijs
De SERV-Stichting Innovatie & Arbeid analyseerde de cijfers van de werkbaarheidsmonitor 2014-2016. Die laten duidelijk zien dat een op de drie Vlamingen werkstressklachten heeft en een op de acht met burn-outsignalen kampt (12%). De categorieën met het hoogste risico op burn-out zijn de onderwijsfuncties (14%) en de kortgeschoolde arbeiders (14%). Maar ook de professionals/middenkader en kader/directie zitten boven het Vlaams gemiddelde.

Misschien verrassend is dat de zorgfunctie een stukje lager staat met 11%. Ook de geschoolde arbeiders en technici lopen minder kans (10%).

Kijk je naar de sector en niet zozeer de functie, dan steekt de post- en telecommunicatie er duidelijk bovenuit met 17%, gevolgd door de zakelijke dienstverlening en de financiële sector. Voeding, onderwijs, textiel/confectie en transport schommelen tussen de 13 en 14%.

Waar lijkt het dan iets minder stresserend werken? Ook hier zou je misschien iets anders verwachten. In de horeca loopt minder dan 10% kans op een burn-out. Chemie, gezondheids- en welzijnszorg (11%), metaal, bouw en handel scoren eveneens onder het gemiddelde van 12%. Het openbaar bestuur zit er pal op (12%).

Leeftijd: pieken op 50
Onderzoek in België (Hansez et al., 2010) ziet burn-out meer voorkomen in de leeftijdsgroep van 45-55-jarigen. Ook het onderzoek van de Serv (2014-2016) bevestigt dit. Cijfers van HR-dienstverlener Securex (2017) wijzen dan weer op een piek bij de eind-dertigers. 23% van de 35-39-jarigen vertoont symptomen van een burn-out tegenover 19% bij de min-35-jarigen en 14% vanaf 40.

Wie voltijds werkt, loopt sneller tegen een burn-out aan dan wie deeltijds werkt, besluit de Serv. Bovenstaande cijfers hebben natuurlijk betrekking op grote groepen. De kans op stress hangt naast sector, functie, leeftijd, enz. ook voor een groot stuk samen met de jobinvulling (jobinhoud, autonomie, collega’s, baas …) en persoonlijkheidskenmerken. Zo is de ene persoon er gewoon gevoeliger voor dan de andere (lees meer hierover in ‘Help, ik heb stress. Waarom toch?’).

Half België lijkt een burn-out te hebben. Overdrijven we niet?

Als het aantal keren dat we de term burn-out in de mond nemen een maatstaf is voor het aantal burn-outs in België, dan is de situatie ronduit dramatisch. Echte cijfers over het aantal burn-outs in België bestaan er echter niet. Het blijft steeds bij een schatting.

De Vlaamse overheid bestudeerde enkele jaren geleden hoe het in de eigen rangen was gesteld. Het aantal dagen dat een werknemer bij de Vlaamse overheid ziek was wegens ziekte steeg er de afgelopen jaren tot 7% in 2015. Een kwart van de ziekteafwezigheden was te wijten aan ‘algemene psychische disfuncties’, waaronder burn-out valt. Bij die algemene psychische disfuncties was een werknemer gemiddeld 44 kalenderdagen, of ongeveer 32 werkdagen, afwezig (2014). Dat is een pak meer dan het gemiddelde van 10 kalenderdagen.

Het RIZIV schat dat ongeveer een op de zes Belgen het risico loopt op een burn-out. 7% van de 400.000 mensen die in 2017 een uitkering kregen wegens arbeidsongeschiktheid, had een burn-out (28.000). Dat is een stijging van 39% in vijf jaar tijd. Daarnaast kampte nog eens 15% met een depressie.

In China heeft niemand last van een burn-out
Het zijn hoge cijfers, zoveel is zeker. Alleen bepaalt wat je onder een burn-out verstaat, voor een stuk de omvang van de cijfers. In België staan we vrij snel met de stempel ‘burn-out’ klaar. Of zo lijkt het toch.

Ander land, andere definitie? Inderdaad. In Polen kan je pas een burn-out krijgen na je 50ste. De diagnose wordt er niet aanvaard voor wie jonger is. In Finland staat men ook veel minder snel met de stempel burn-out klaar dan in ons land. Men spreekt er eerder over moeheid, overspannen, depressie etc. Bovendien maakt men er ruimer gebruik van het ziekteverlof: meer dan drie maanden is er perfect normaal. In China is een burn-out onbestaande.

In België en ook Nederland is burn-out een erkende (beroeps)ziekte. In de VS is een burn-out een normale reactie op een abnormale werksituatie. Het wordt er dus niet erkend als ziekte.

Wil dit zeggen dat we in België harder werken en meer stress hebben? Hoogstwaarschijnlijk niet. De diagnose ‘burn-out’ valt hier gewoon sneller. Terecht of niet?

Hoe weet ik dat ik een burn-out heb of ertegen aan hik?

Er zijn verschillende symptomen die erop wijzen dat je mogelijk een burn-out hebt of er tegenaan schuurt.

Puur lichamelijk merk je dat:

  • je voortdurend moe bent
  • je lijdt aan slapeloosheid: je geraakt moeilijk in slaap, kan niet doorslapen of je wordt vroeg wakker
  • je lichaam niet meer mee wil: je hebt hoofdpijn, rugpijn, spierpijn
  • je geen eetlust meer hebt: je maag en darmen spelen op
  • je makkelijker ziek wordt: je lijkt elke infectie die passeert, op te rapen
  • je last hebt van hartkloppingen, verhoogde bloeddruk, verhoogde cholesterolwaarden.

Ook psychisch krijg je het lastiger:

  • je voelt je voortdurend opgejaagd en onrustig
  • je bent prikkelbaar en snel geïrriteerd
  • je staat snel met kritiek klaar: op anderen, je baas, het werk, huisgenoten …
  • je maakt vaak van een mug een olifant
  • je staat negatief tegenover anderen en het leven
  • je kan niet meer genieten, voelt je lusteloos, depressief, angstig
  • je zelfvertrouwen stuikt in elkaar
  • beslissingen nemen wordt een ramp
  • je voelt je zowel hopeloos als hulpeloos
  • je voelt je schuldig
  • het leven lijkt je zinloos
  • je lijkt de regie over je leven te verliezen: je wordt geleefd.

En je gedrag verandert:

  • je kan je nog moeilijk concentreren en je maakt meer fouten
  • je geheugen laat je vaker in de steek
  • je zoekt troost in alcohol, roken of zelfs drugs
  • je neemt (meer) slaap- en kalmeermiddelen
  • je hebt geen zin meer in afspraakjes met vrienden, familie …
  • ook op het werk heb je de neiging om alles en iedereen te ontvluchten
  • je krijgt makkelijk een huilbui of een woedeaanval, reageert té heftig op een situatie
  • waar je vroeger gemakkelijk enthousiast werd over ideeën, word je nu steeds onverschilliger, cynischer en neemt afstand.

Last hebben van een of enkele symptomen hoeft nog geen onrust te zaaien. Je zit misschien tijdelijk in een wat moeilijkere periode. Maar veel van deze klachten detecteren bij jezelf (of een collega of vriend of familielid) laat beter een alarmbel afgaan. Het is dan nuttig om erover te praten, bijvoorbeeld met je huisarts.

Tip: Luister naar je omgeving. Collega’s, partner, vrienden … het zijn vaak de eersten die merken dat er iets aan de hand is.

Oorzaken & symptomen

Help, ik heb stress! Waarom toch?

Een saaie baan, altijd beschikbaar moeten zijn, geen inspraak krijgen, een gebrek aan autonomie … Waarvan je stress krijgt, blijft altijd een persoonlijke zaak. Maar er zijn toch typische factoren die de kans op stress en burn-out vergroten, zowel persoonlijk als werkgerelateerd. Het gaat dan steeds om een combinatie van die factoren.

Wat kan je stress geven?

Je hebt meer kans op stress en burn-out met deze persoonlijkheidskenmerken of karaktertrekken:

  • Je bent perfectionistisch aangelegd en veeleisend voor jezelf => leer relativeren.
  • Je hebt een groot doorzettingsvermogen => soms is het genoeg, tijd om te stoppen.
  • Je bent loyaal tegenover je job, werkgever, collega’s => dat wil niet zeggen dat je alles moet ondergaan. Je mag best ook assertief zijn.
  • Je voelt je sterk betrokken bij het werk en hebt een groot verantwoordelijkheidsgevoel => durf loslaten.
  • Je bent idealistisch, bevlogen => leer hier pragmatisch mee om te springen.
  • Nee zeggen is moeilijk. Je wilt anderen immers graag helpen, ook al heb je eigenlijk geen tijd meer over => stel je grenzen.
  • Hulp vragen aan anderen staat niet in je woordenboek. => doe toch maar als het nodig is.

Hoe maakt je omgeving het je moeilijk?

  • De werk- en tijdsdruk is te hoog.
  • Je werk is saai, met te weinig variatie in de taken.
  • Je hebt te weinig autonomie in hoe je taken aanpakt en beslissingen neemt.
  • Je hebt weinig zeggenschap.
  • Je rol in de organisatie is onduidelijk: je krijgt geen duidelijke taken of weet niet precies wat er van je verwacht wordt.
  • Of je moet tegenstrijdige taken uitvoeren door tegenstrijdige opdrachten die je krijgt (=rolconflict).
  • De relatie met je collega’s of leidinggevende verloopt niet zo vlot.
  • Je krijgt niet voldoende ondersteuning van je leidinggevende en collega’s.
  • Waar blijft die erkenning en positieve feedback?
  • De emotionele belasting van je job is zwaar. Bijvoorbeeld omdat je vaak geconfronteerd wordt met aangrijpende situaties.
  • Je job is fysiek zwaar.
  • Moeilijke werktijden (’s avonds, ’s nachts, weekend … ).
  • Baanonzekerheid: zal je over zoveel tijd deze job nog hebben? Of zal je jobinhoud/loon/team sterk veranderen?
  • Je vindt geen balans tussen werk en privé.
  • Je zit in een stressvolle periode in je privéleven.

Het is een hele lijst factoren. Je zou je voor minder slecht voelen. Op een mindere dag ga je misschien heel wat zaken aanvinken, om het dan de volgende dag weer wat rooskleuriger te zien.

Dus paniek is zeker niet nodig bij dit overzicht. Integendeel. Het kan je er net van bewust maken waar jouw knooppunten zitten. Punten waaraan je best werkt om een beter evenwicht te vinden. En daarvoor hoef je zeker niet te wachten tot je leidinggevende actie onderneemt (dat kan soms héél lang duren). Zoek zelf al enkele oplossingen.

Ontdek hier wat je zelf kan doen!

Ik heb te veel stress! Is mijn werkgever verplicht om hieraan iets te doen?

Zeker en vast. Zo biedt de wet Werkbaar Werk (2017) maatregelen om medewerkers meer flexibiliteit te bieden. Denk aan:

  • een flexibele arbeidsduur: flexibele uurroosters over een jaar i.p.v. over een week of trimester
  • glijdende werkuren indien mogelijk
  • occasioneel telewerk: af en toe van thuis uit werken
  • uitzendarbeid van onbepaalde duur
  • deeltijdse arbeid, tijdskrediet, vormingsdagen.

Minister van Werk, Kris Peeters, pleitte in 2017 (Zomerakkoord) voor extra maatregelen om burn-out te voorkomen. Sinds 1 januari 2018 zijn ondernemingen met meer dan 100 werknemers verplicht om een stress- en burn-outcoach aan te stellen. Die coach moet de risico’s op stress beperken (preventie, advies, behandeling). Daarnaast maakt de regering het mogelijk voor werknemers om te deconnecteren. Je hoeft buiten arbeidstijd niet bereikbaar te zijn voor de werkgever.

Tip: wacht niet op de grote veranderingen in je organisatie. Kaart zelf dingen aan waar je graag verbetering zou zien. Suggereer ook al enkele – realistische – oplossingen.

Hoe kan ik een burn-out voorkomen? Do’s en don’ts.

Af en toe nee zeggen, tijd maken voor jezelf, regelmatig bewegen … Er zijn heel wat zaken die je zelf kan doen, zelfs zonder je leven volledig om te gooien.

  • Belangrijk: trek op tijd aan de alarmbel. Laat het niet te ver komen!
  • Doe het wat rustiger aan, probeer wat gas terug te nemen zodat je tijd krijgt om te ontspannen, om je hoofd leeg te maken en zo bij te tanken. Niet altijd gemakkelijk in een drukke, stressvolle periode – de neiging om ’s avonds en in het weekend te werken is groot – maar wel een noodzaak.
  • Bekijk met je werkgever of je sommige zaken anders kan aanpakken, kan uitbesteden, taken kan herverdelen, prioriteiten kan stellen …
  • Sta stil bij het werk dat je doet: past dit echt bij jou? Geeft het je (meestal) energie, vind je het zinvol … ? Indien niet, durf uit te kijken naar een nieuwe job elders. Gun jezelf wel de tijd om iets passends te vinden. Je wil immers niet van de regen in de drup vallen.

Gemakkelijker gezegd dan gedaan? Het hoeft niet allemaal zo groot te zijn. Volgende tips lukken zeker.

Begin hier vandaag nog mee:

  • Ga eens vroeger naar huis. Misschien zelfs elke dag op hetzelfde uur (uitzonderingen niet te na gelaten). Het brengt voorspelbaarheid in je dag én je geeft onmiddellijk het signaal aan anderen dat je wel hard werkt, maar dat er grenzen zijn. Je bent goed, maar niet gek!
  • Alweer een strakke deadline voor je neus geschoven gekregen? Als je al begint te puffen nog voor je begonnen bent, bespreek dan de deadline. Is volgende week woensdag echt nodig? Kan het ook vrijdag? Wat zijn de volgende stappen na jouw deel van het werk: kan daarin geknipt worden, verschoven in de tijd? Als jij levert tegen woensdag, zal de ontvanger dit dan ook onmiddellijk kunnen bekijken en ermee verder gaan of verwacht die het nog enkele dagen op zijn bureau te laten liggen wegens zelf geen tijd? Soms kan je, door dieper door te vragen, sleutelen aan de deadline zonder dat de andere er nadeel van ondervindt. Meer zelfs, mits de juiste motivatie van jouw kant en duidelijk overleg, kan je meestal rekenen op begrip (en help je stiekem misschien de andere om zijn planning zuiverder te krijgen). De moeite waard om te proberen dus. Ook hier geef je het signaal dat je welwillend bent maar tegelijk redelijke grenzen trekt.
  • Als je te weinig autonomie in je job hebt, duw dan zachtjes aan de grenzen. Neem al eens een (kleine) beslissing in je werk, zonder eerst advies/toestemming te vragen aan je leidinggevende. Je weet waarschijnlijk prima wat je moet doen. En wie weet is je leidinggevende blij met je zin voor initiatief. Voortdurend over iemands schouder meekijken is immers ook best vermoeiend en tijdrovend (en saai). Je creëert vertrouwen in je kunnen (bij je leidinggevende én jezelf) en dat is de beste stap naar meer vrijheid.
  • Verveling in je job kan je zelf (deels) te lijf gaan. Kijk rond en bedenk hoe je je job interessanter kan maken. Zeker als je nog wat tijd over hebt, kan je misschien een boeiend nevenproject voorstellen? Iets dat je er de volgende weken of maanden bijneemt en dat het hele team vooruithelpt of verbetert. Denk aan efficiëntie, werksfeer, coaching van een nieuwe collega, een procedure uitschrijven, een originele teambuilding bedenken en uitwerken … Kies uiteraard iets dat je zelf leuk vindt en waarin je goed bent. Ook dit is weer een kwestie van vertrouwen winnen en tegelijk je talenten tonen. Er zit meer in jou dan je omgeving denkt.
  • Lukt het niet? Zoek dan naar mogelijkheden in je privéleven: vrijwilligerswerk, engagement in de sportclub, hulp bij de jeugdbeweging van je kinderen, buurtcomité … Het kan een uitlaatklep zijn naast een saaiere job.
  • Stuit je op een probleem in je werk dat je niet opgelost krijgt? Denk na wie je kan helpen. Het bespaart je vaak veel tijd en frustraties als je er iemand bijroept die je weer op weg kan zetten. Het is bovendien geen teken van zwakte, wel van zin voor samenwerking (jij doet immers toch hetzelfde voor een collega) en efficiëntie. Niemand verwacht dat je alles weet en kan (zelfs al ben je expert).
  • Je vreest een domme vraag te stellen … Niet nodig. Meestal zal de vraag helemaal niet dom zijn. Is het toch zo, dan klop je op je voorhoofd, zegt dom-dom-dom en lacht er vrolijk om. Heeft iedereen toch wel eens voor?
  • Ga je door een moeilijke periode in je privéleven? Hoewel je misschien vindt dat dit geen invloed mag hebben op je werk, ben je gewoon een mens en dus zijn werk en privé geen 100% gescheiden werelden. Zeker niet in je hoofd. En al ben je van mening dat je collega’s niets met je privéproblemen te maken hebben, het kan goed zijn om iets te vertellen. Je hoeft niet alle details te geven, maar een beetje info geeft je collega’s de kans om begrip te tonen, je reacties te plaatsen. En dat geeft je net iets meer broodnodige ademruimte.
  • Sla je lunchpauze niet over. Nee echt, niet doen! Even van je bureau weg en je boterhammen eten samen met collega’s doet wonderen. Niet alleen voor jezelf (je moet af en toe je gedachten verzetten om efficiënt te blijven), maar ook voor je relatie met je collega’s. Je weet wel: aandacht voor elkaar, is begrip voor elkaar en dat leidt tot een betere werksfeer.
  • Probeer tijdens je pauze wat over koetjes en kalfjes te praten en het werk even los te laten. Véél leuker en gezelliger.
  • Neem pen en papier en noteer de dingen die je energie geven, zowel in je job als erbuiten. Streef ernaar om elke dag enkele van deze ‘energiegevers’ in te plannen. Het maakt je sterker. Energiegevers moeten heus niet altijd groots te zijn. Je mag dan al wild worden van een citytrip naar New York, voor de meesten onder ons is dat geen dagelijkse of wekelijkse kost. Zoek dus ook naar kleine zaken als een wandeling met de hond, spelletjes spelen met je kind, een boek lezen, elke dag iets nieuws leren op het werk, met een vriend op café, ’s avonds kantoor verlaten met een opgeruimd bureau …
  • Omgekeerd: schrijf ook op wat je energie kost: de energievreters. Die ban je zoveel mogelijk uit je leven of probeer je op te fleuren of minder belastend te maken. Al gedacht aan een takenswitch met je collega? Misschien kunnen jullie kleine routinetaken herverdelen zodat ze voor beiden minder vervelend worden.
  • Geef je jezelf elke dag een half uur piekertijd! Jawel, tijdens dit half uur mag je volop piekeren over alles wat je kan wakker houden. Enige voorwaarde? Zijn de 30 minuten voorbij, dan is het ook gedaan met malen. Morgen is er weer een dag. Loop je de hele dag (en nacht) te piekeren, dan krijg je nooit rust en raak je uitgeput. Bovendien is er dan weinig kans dat je écht over je problemen of hindernissen nadenkt en naar goede oplossingen zoekt. Beter een half uurtje focussen dus. Het kan ook helpen om je problemen en je gepieker erover op te schrijven. Zo vermijd je dat je te veel in cirkeltjes blijft denken of de zaken niet meer in perspectief ziet. Belangrijk: plan deze piekertijd in of kies een vast moment van de dag.

Stop onmiddellijk met:

  • Altijd bereikbaar willen zijn. Creëer rust op je werk: check je e-mail enkele keren per dag, niet telkens wanneer er een mail binnenkomt. Blokkeer je telefoon. Alleen zo kan je langere tijd geconcentreerd bezig zijn en schiet het werk effectief op.
  • Mee te huilen met de wolven. Als je collega’s de neiging hebben om voortdurend te mopperen, kritiek te uiten, ontevreden te zijn, dan ga je daar best niet in mee. Hou het gezellig, want negativisme is besmettelijk. Always look at the bright sight of life!
  • Ervan uit te gaan dat het zal mislopen. ‘Ik heb altijd pech, mijn computer zal het zeker laten afweten tijdens die belangrijke meeting.’ Of ‘er zal zeker weer iets gebeuren op de baan waardoor ik hopeloos te laat kom.’
  • Overdrijven. ‘Er is hier nooit voldoende materiaal beschikbaar’ als je even de nietjesmachine niet kan vinden.
  • Alles persoonlijk te nemen. Een opmerking van een collega is niet per definitie kritiek op je persoon. Meestal willen mensen gewoon helpen. Of het feit dat je kind zich even verveelt is echt niet omdat je niet instemt met een derde of vierde hobby (je kan niet altijd voor taxi spelen, toch).
  • Veralgemenen. Eén verkoop mislukt? Ga dan niet denken dat je helemaal niet kan verkopen.
  • Calimero-denken. ‘Zij zijn groot en ik ben klein, dat is niet eerlijk’. Voel je niet onmiddellijk onheus behandeld of benadeeld.
  • Zwart-wit-denken. Nee, er loopt hoogstwaarschijnlijk geen complot tegen jou. Een keer je voorstel afgeketst zien, betekent niet dat anderen nooit jouw ideeën appreciëren.
  • Een onterechte schuldige zoeken. De recruiter stelde stomme vragen, ik kon mijn kennis en motivatie helemaal niet tonen. Daarom ben ik afgewezen voor de job.

Test hoe jouw dag kleurt!
Zit je in de gevarenzone voor een burn-out of kleurt je dag vrolijk groen? Ontdek het hier en krijg tips en tricks op maat.

Hoe kan ik me wapenen tegen stress en burn-out? Werk aan soft-skills.

Er zijn heel wat manieren om stress te verminderen, maar je kan ook leren om je beter te wapenen tegen stress. Welke eigenschappen maken dat je minder snel gevloerd wordt door stress?

Belangrijke soft-skills om stress en burn-out te voorkomen zijn:

  • emotionele en sociale intelligentie
  • in staat zijn om met verandering om te gaan, flexibiliteit
  • zelfstandig kunnen werken en grote hoeveelheden informatie kunnen verwerken
  • het vermogen om problemen te kunnen oplossen
  • tijdsbeheer
  • creativiteit
  • leiderschap

Te vaag of te groot? Denk dan in deelgebieden waaraan je perfect kan werken. Een cursus leiderschap is misschien te hoog gegrepen of te intensief voor jou. Maar je kan je evengoed verdiepen in de kunst van het onderhandelen bijvoorbeeld, of in de kunst van vergaderen, van delegeren, van motiveren, van coaching & mentoring, van brainstormen, van teamwork, van lesgeven, van feedback … Noem maar op, afhankelijk van wat je vaak nodig hebt in je job of het dagelijkse leven.

Sta je vaak met je mond vol tanden en laat je over je heen lopen, dan kan het zinvol zijn om te spijkeren aan je communicatieve en sociale vaardigheden of attitude (klantvriendelijk zijn, collegialiteit …).

Waar kan je terecht?

Scholen en opleidingsinstellingen zijn er meer dan voldoende. Maar heb je ook al gedacht aan:

VDAB: Als werkzoekende kan je heel wat gratis opleidingen of studies volgen. Maar ook werkende mensen kunnen er (gratis) terecht, vaak voor online opleidingen. Vaak gemakkelijker te combineren met je job en gezin dan een klassikale opleiding. Dikwijls kan je je ook beperken tot een deel van de cursus: datgene waarin je net geïnteresseerd bent of waarover je nog wat bijscholing kan gebruiken. De rest al onder de knie? Geen probleem, dan sla je dat gewoon over. Heel efficiënt.

Er zijn niet enkele praktische, vakgerichte opleidingen. Je kan er ook sleutelen aan je soft skills. Bijvoorbeeld met een cursus: ‘Assertiviteit in de werksituatie’ of ‘Timemanagement’

Sectorale opleidingsfondsen bieden vaak ook opleidingen aan. Soms krijgt je werkgever een premie als hij jou naar een opleiding stuurt. De moeite om eens te bekijken. Voor een overzicht van de opleidingsfondsen: http://www.serv.be

Bijvoorbeeld: Cevora: (gratis) opleiding voor bedienden in PC200. Ook hier vind je heel wat opleidingen, ook rond persoonlijke ontwikkeling: zelfontplooiing, creativiteit, beter communiceren, persoonlijke vaardigheden … Of rond professioneel functioneren: vergaderen, werken in team, professioneel communiceren, presenteren, efficiënter werken, enzovoort.

Wist je dat je als werknemer een beroep kan doen op opleidingspremies (via VDAB)?

  • opleidingscheques: je betaalt maar de helft van je opleiding
  • loopbaancheques: je betaalt een klein deel van je loopbaanbegeleiding. Per loopbaancheque betaal je € 40 voor 4 uur loopbaanbegeleiding. Reële waarde van de cheque bedraagt € 550, max. 2 cheques
  • opleidingsverlof: je volgt een opleiding tijdens de werkuren met behoud van loon (vanaf 1 september 2019, vroeger was dit ‘Betaald educatief verlof’)
  • tijdskrediet en opleidingskrediet: je neemt tijdskrediet om een opleiding te volgen en krijgt bovenop je uitkering van de RVA een opleidingskrediet (weliswaar onder voorwaarden van goedkeuring).

Ik voel me schuldig, mislukt en beschaamd. Ik heb het immers zelf gezocht.

Nee, je hebt jezelf geen burn-out ‘aangedaan’. Al te vaak voelen mensen met een burn-out zich schuldig tegenover de collega’s, de werkgever of het gezin. Heb ik dat niet zelf gezocht? Ben ik niet gewoon zwak en mislukt? Ook schaamte steekt de kop op.

Schrik niet als nog andere negatieve gevoelens je lastigvallen. Vaak onterecht, maar ja. Denk aan:

  • je waardeloos voelen
  • verward zijn
  • minderwaardigheidscomplex
  • je niet gewaardeerd voelen
  • eenzaamheid
  • onzekerheid
  • kwaadheid

Veel mensen hebben hier last van. Probeer jezelf niet meer te teisteren en geloof anderen als ze je zeggen dat het niet je schuld is. Alle tips en hulpmiddelen ten spijt, soms is het gewoon te veel geworden.

Wat te doen bij een burn-out?

Diagnose ‘burn-out’. Wat moet ik doen op het werk? Wat zijn mijn rechten en plichten?

Wie een burn-out heeft, kan niet meer werken. Concludeer echter nooit zelf dat je een burn-out hebt en laat dit nog minder over aan familie of collega’s. Het is enkel een arts die deze diagnose kan stellen.

Net zoals bij andere ziekteafwezigheden ben je verplicht je werkgever onmiddellijk te informeren over je afwezigheid en (meestal binnen de 2 werkdagen) dit te staven met een medisch attest (check zo nodig het arbeidsreglement van jouw organisatie).

De eerste 30 dagen betaalt de werkgever je loon verder uit. Nadien krijg je een ziekte-uitkering. Vergeet niet om ook je ziekenfonds op de hoogte te brengen binnen de 28 dagen na de start van je ziekte. Voor arbeiders is deze termijn beperkt tot 14 dagen. Wie te laat is, riskeert tijdelijk een verminderde ziekte-uitkering te ontvangen.

Via het ziekenfonds krijg je van de sociale zekerheid een uitkering die ongeveer 60% bedraagt van je begrensd brutoloon (bedrag is geplafonneerd). Klik hier voor alle bedragen.

Ga je opnieuw aan de slag, dan moet je je ziekenfonds niet verwittigen. Je erkenning en de betaling van de uitkeringen worden automatisch stopgezet. Wil je vóór het einde van je ziekteperiode opnieuw aan de slag, eventueel deeltijds, dan moet je wel een bewijs van werkhervatting aan je ziekenfonds bezorgen.

Een goede raad: begin nooit opnieuw te werken alvorens dit aan te vragen bij de adviserend geneesheer.

Check even bij de personeelsdienst of je bedrijf een ‘verzekering gewaarborgd loon bij ziekte’ heeft. Daarmee kan je een supplement krijgen bovenop de vergoeding via de mutualiteit (lees ook: ‘Ik voel me weer beter en wil graag opnieuw aan de slag’).

 

Wat moet mijn werkgever doen?

Heb je je ziek gemeld op het werk? Dan heeft de werkgever het recht om een controlearts te sturen. Dat recht heeft hij trouwens tijdens je hele periode van afwezigheid, ook als je geen gewaarborgd loon meer ontvangt.

Wil je nadien opnieuw aan de slag gaan, dan moet je werkgever meehelpen om een re-integratietraject uit te werken indien nodig (lees ook: ‘Ik voel me beter en wil graag opnieuw aan de slag‘).

Ik voel me weer beter en wil graag opnieuw aan de slag. Hoe pak ik dat aan?

Goed nieuws. Je voelt je beter en wil graag weer aan de slag. Maar onmiddellijk in een 100% werkregime stappen, dat is nog lastig. Liefst van al wil je deeltijds starten om nadien door te groeien naar een voltijdse job. Of misschien is een andere job nog beter. Dat kan.

Sinds december 2016 zorgt het re-integratietraject voor een vlottere herintrede van zoveel mogelijk langdurige zieken.

Hoe werkt het? In het kort:

Stap 1: Jij of je behandelende arts kunnen een re-integratieverzoek indienen, eender wanneer. Ook de adviserend geneesheer van de mutualiteit mag dit doen, maar pas na twee maanden arbeidsongeschiktheid. Of de werkgever neemt het initiatief, na minstens vier maanden onafgebroken arbeidsongeschiktheid (dus geen opeenvolgende korte periodes van arbeidsongeschiktheid). Meestal is het de werknemer die het initiatief neemt.

Stap 2: De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van je werkgever bekijkt of er mogelijkheden zijn om jou opnieuw aan het werk te zetten, in overleg met je behandelende arts (mits jouw toestemming). Op basis van de conclusies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, stelt de werkgever een re-integratieplan op. Alles in samenspraak met jou. Het is mogelijk dat de ‘werkpost’ (de plek waar je werkt en de onmiddellijke omgeving) moet worden aangepast aan jouw noden.

Stap 3: Alle betrokken partijen krijgen dit plan. Jij hebt vijf dagen om het plan te aanvaarden. Aangezien je al betrokken was bij de opmaak ervan, is vijf dagen voldoende tijd om hierover te beslissen.

Stap 4: Is het plan oké? Dan kan je aan de slag. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zal de uitvoering van het re-integratieplan op de voet volgen, steeds in overleg met je werkgever en met jou. Heb je vragen of blijkt het traject toch niet goed afgestemd op je noden? Dan kan je de preventie-adviseur/arbeidsgeneesheer altijd vragen om je traject aan te passen.

Een re-integratiecoach kan helpen om het hele proces vlotter te laten verlopen. Hij bereidt de werkhervatting samen met jou voor (zie je het zitten om opnieuw te gaan werken, denk je dat het gaat lukken?) en spreekt ook met je leidinggevende (is hij bereid om te helpen?). Daarna bespreekt hij concreet de taakinhoud, de arbeidsomstandigheden en de samenwerking met anderen. Ook als je weer aan de slag bent, kan je bij de re-integratiecoach terecht voor eventuele aanpassingen, feedback of een evaluatie op het einde van de integratieperiode.

Wat als mijn werkgever vindt dat hij geen aangepaste job heeft voor mij?

Dan kan de arbeidsovereenkomst worden beëindigd wegens ‘medische overmacht’. Stopzetten kan ook als jij zou weigeren om het re-integratietraject goed te keuren.

Als een werkgever niet meewerkt aan een re-integratietraject, dan hangt hem een boete boven het hoofd. Tenminste als hij meer dan 50 werknemers heeft, want anders gaat de wetgever ervan uit dat het moeilijker is om aangepast werk te vinden binnen het bedrijf.

Opgelet: jij kan ook beboet worden, via een vermindering van je ziekte-uitkering. Bijvoorbeeld als je niet komt opdagen bij de bespreking van een re-integratietraject of als je weigert een vragenlijst in te vullen die moet toelaten om na te gaan of re-integratie mogelijk is.

Sinds 30 april 2019 zijn werkgevers verplicht hun werknemer, bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht, een outplacement aan te bieden. Het aanbod moet binnen de 15 dagen gebeuren, een waarde hebben van 1800 euro en 30 uur begeleiding voorzien in een periode van maximum 3 maanden.

Moet ik bij de werkgever aan de slag als waar ik voor werkte voor mijn burn-out?

Nee, dat moet niet. Is er bij je werkgever geen geschikte job meer voor jou, of zie je het niet meer zitten om terug te keren (bijvoorbeeld omdat onenigheid met collega’s of de baas aan de basis lag van je burn-out), dan kan je zeker zoeken naar re-integratiemogelijkheden bij een andere werkgever.

Wat als ik deeltijds opnieuw aan de slag ga: krijg ik dan ook deeltijds loon? En wat met de ziekte-uitkering?

Als je deeltijds opnieuw aan de slag gaat, krijg je ook een deeltijds loon. Daarnaast krijg je, bij een progressieve werkhervatting, meestal nog (een deel van) je uitkering wegens arbeidsongeschiktheid.

Blijkt echter dat het je nooit meer zal lukken om je eigenlijke job opnieuw uit te oefenen, dan heeft een progressieve werkhervatting geen zin. Dan wordt er beter onmiddellijk naar een andere job/jobinvulling gezocht.

Meer info vind je op de website van de Belgische overheid: www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=45586