Assertief zijn zonder tegen schenen te schoppen

Assertiviteit en agressiviteit worden vaak over dezelfde kam geschoren, maar er is een groot verschil tussen beide. Assertiviteit is geen softe versie van agressief of dominant gedrag. Sterker nog: het is zéér verschillend. Het grootste verschil tussen assertief en agressief gedrag is of we wel of niet rekening houden met de ander. Agressieve mensen houden geen rekening met hoe de boodschap zal overkomen. Meer nog: het zal ze worst wezen, ze willen dat hun boodschap luid en duidelijk overkomt.

Assertieve mensen houden echter wél rekening met de ander. Ze maken beter persoonlijk contact. Ze hebben begrip voor de ander en denken mee. Daar schuilt wel een valkuil in. Dat kan er namelijk voor zorgen dat we onze eigen grenzen en behoeftes aan de kant schuiven. Omdat we de ander niet willen kwetsen, of misschien zelfs willen helpen. We vinden het dikwijls lastig om onze egoïstische eigenbelangen voorop te stellen. En we vinden het nog lastiger om de ander dat te vertellen. Dat vertellen wordt makkelijker als je handvatten hebt voor assertieve communicatie.

Hieronder enkele tips:

  1. Nee zeggen alleen is voldoende

Nee zeggen is voor veel mensen moeilijk. Veel mensen hebben de neiging om hun weigering in te kleden. “Ik kan niet komen, want ik voel me niet zo lekker.” of “Je mag dat boek niet lenen, want ik ben het zelf aan het lezen.” Een simpel “Nee” volstaat echter. En als mensen vragen waarom je weigert, kun je antwoorden: “Ik heb dat nu eenmaal liever niet.” In de meeste gevallen ben je geen uitleg verschuldigd.

  1. Stel je grenzen

Soms doet iemand anders iets wat je niet prettig vindt. De persoon gaat over je grenzen. Of heeft kritiek op jou of je functioneren. Wat doe je dan? Boos worden? Terugschrikken?

Veel mensen zijn heel vriendelijk en behulpzaam, maar hebben moeite om hun grenzen aan te geven. Ze houden niet van conflicten en leggen vaak het probleem bij henzelf: ‘Zou het toch aan mij liggen?’

Draai de situatie om:

  • Als jij in de schoenen van de ander zou staan, zou je jouw bezwaar dan redelijk vinden?
  • Als jij het gedrag van de ander zou vertonen, zou je daar dan moeite mee hebben?

Als je deze vragen met ja beantwoordt, dan kan je er gerust van zijn dat je bezwaar kan maken en ‘stop’ kan zeggen: je hebt het nu immers van meerdere kanten bekeken.

  1. Verzin geen excuses

Zeg bijvoorbeeld nooit “Ik kan vandaag niet” als je gewoon geen zin hebt. De andere persoon kan dat heel letterlijk opvatten en vragen of je dan morgen kan, of overmorgen? Volgende week dan? En zo ontstaat wederzijdse irritatie. Hou het dus open en simpel. Maar toon ook oprecht begrip voor de ander.

Stel, je vindt dat de ander fouten heeft gemaakt in zijn werk, of iemand heeft jou gevraagd een plan of tekst te bekijken en van commentaar te voorzien. Of misschien wil je duidelijk maken wat jouw standpunt is, al is het alleen maar om aan te geven dat je het ergens mee eens bent.

  1. Geef je mening op een verstandige manier

Let dan op de volgende basisregels:

  • Spreek in de ik-vorm
  • Benoem concreet de situatie of het werk waar je op reageert: val nooit de hele persoon aan als je kritiek hebt.
  • Wees zo specifiek mogelijk en geef voorbeelden.
  • Zeg direct en ronduit wat je bedoelt. Vermijd woorden als ‘zoiets’, ‘misschien’ en ‘mogelijk’ en zeg niet ‘ik weet het niet maar…’.
  • Ga na of de ander snapt wat je bedoelt.
  • Geef aan wat je anders zou willen of hoe het beter kan volgens jou.
  • Geef de ander de kans om te reageren.
  1. Word niet agressief als je kritiek krijgt

Het is nooit gemakkelijk om kritiek te horen. Of het nu terecht is of onterecht. Hoe kan je daar assertief mee omgaan?

Enkele vuistregels:

  • Luister goed naar de kritiek. Herhaal eventueel wat de ander bedoelt. Zo wordt het duidelijk waar het over gaat.
  • Vraag ook verduidelijking als je niet precies weet wat de ander bedoelt. Het is goed de kritiek tot reële proporties terug te brengen.
  • Als je even niet weet wat je moet zeggen, geef dat dan aan. Zeg het bijvoorbeeld als het je overvalt.
  • Ga na of je de kritiek terecht of onterecht vindt. Vraag daar eventueel wat tijd voor, ook om je reactie te kunnen bepalen.
  • Geef aan waar je het mee eens bent en waar je het niet mee eens bent.
  • Laat ook weten wat het met je doet om deze kritiek te krijgen.
  • Als de kritiek terecht is, bied dan je verontschuldigingen aan. Onderneem ook actie om de situatie te veranderen (of je gedrag). Bijvoorbeeld als je iets hebt nagelaten wat je had moeten doen, is dit een goed moment om het alsnog snel te doen.